Herfst

 
 
De herfst van ’t leven is begonnen. Overal in de dorpen, de steden, tot in de gehuchten toe is dat te merken. In de steden lopen hele winkelstraten leeg, het ene lege pand naast het andere, op het ene raam hangt nog een groter affiche dan op het andere met of “Te Huur” of zelfs “Te Koop”. In de dorpen worden winkeletalages gevuld met oude foto’s of met ballondecoraties. De mensen leven zich uit in hun fantasie om alles toch maar levend te houden, ook in de herfst van ons bestaan. Winkelpanden die al jaren leeg staan, vallen niet eens meer op in de dorpen. Projectontwikkelaars kopen oude gebouwen op en wachten tot ze instorten en denken dat het makkelijker is om dan daarin iets nieuws op te bouwen. Het is wachten en er worden al bijna gokpaleizen geopend, waar je de lusten hiervan kunt botvieren en weddenschappen kunt afsluiten welke winkel de volgende is die gaat sluiten. Zelfs de automatiseringsbranche kan zich niet meer staande houden in een dorp. Wat dacht u van de mensen die daar zo’n apparaat gekocht hebben en nu op de service aan het wachten zijn. Maar daar ontstaan weer nieuwe mogelijkheden voor bedrijven die hulp hierin kunnen bieden. Hou het even positief en denk maar dat de één zijn dood, is de ander …  Ja vul maar aan en wie de schoen past, hoeft niet naar Fred voor nieuwe!
Met al deze gedachten heb ik ook naar het bovenstaande plaatje gekeken dat ik aantrof in het uit vijf huizen bestaande gehucht Beertsenhoven. Hier is het zelfs al zo ver dat er bij de dieren al leegstand is vast te stellen in hun behuizing. Je zou toch denken dat zo’n prachtig gelegen (of hangt ‘t?) bebouwing toch aan iemand over te dragen moet zijn. Ik heb het nog niet eens over verkoop. Het ligt weliswaar helemaal open en bloot in deze koude tijd van het jaar, maar bedenk dat dadelijk in het voorjaar en in de zomer het weer een mooi open geheel vormt met zijn prachtige omgeving, een tuin die voor je onderhouden wordt, met takken direct naast je die door de Schepper weer van groene blaadjes worden voorzien, die je de schaduw geven op snikhete dagen. Vul het zelf maar aan met de dagelijkse verkooppraatjes waar we mee overstelpt worden.
Of vergis ik me en is het van iemand geweest die aan het einde van de zomer geëmigreerd is naar een ver warm land? Of misschien van een pensionada die de wintertijd in een zonnige omgeving doorbrengt?
Laat je gedachten maar de vrije loop bij de aanblik van dit kleurrijke plaatje met daar midden tussen in, een behuizing die van jou of van mij had kunnen zijn, niet nu maar misschien in een volgend leven, na deze herfst!


Ene Hollender kwam naar Limburg


Ik wandelde door Gulpen en nam plaats op een van de vele terrassen op de Markt. Een man vroeg of hij bij me mocht komen zitten. Hij vertelde over de eerste keren dat hij als Hollender naar Gulpen kwam in de vijftiger jaren. In deze moderne tijd diende mijn telefoon als opname apparaat en samengevat ging zijn verhaal als volgt:

Ene Hollender kwam naar Limburg

Ik kwam naar Zuid-Limburg en ’t is me gegaan als een jongeling die veel onvriendelijks heeft horen vertellen over een jong meisje, dat hij een paar keer vluchtig heeft gezien, en daarna de gelegenheid krijgt haar beter te leren kennen en tot over zijn oren verliefd wordt. Zuid-Limburg is een veel te druk toeristenland geworden, was me gezegd; bovendien zijn de inboorlingen erg onverdraagzaam wat de kleding en ’t gedrag van de gasten betreft: als je vrouw er met blote benen loopt, wordt ze gemolesteerd; gemengd zwemmen is streng verboden en de bossen hangen vol met bordjes met zedelijke vermaningen en waarschuwingen.

Nu kan ik alleen meepraten over de omgeving van Gulpen in de tweede week van juni, maar althans voor die streek en voor die tijd is er van bovengenoemde beweringen niets juist gebleken. Hoewel de meeste hotels en pensions al vrij goed bezet waren, kwam je op de smalle bospaadjes en met vuurstenen verharde weggetjes in de heuvels bijna niemand tegen. We hebben gemengd gezwommen in de dartele Geul en dat was, naar we later hoorden, verboden, “maar”, werd er bij gezegd “als je niet betrapt wordt, mag hier alles”.

In de bus hing een bordje met het opschrift: “Meisje, zorg ervoor dat men je blijft respecteren”. In het landschap zagen we echter alleen bordjes van de V.V.V. om de mooiste wandelpaadjes aan te geven. Ze stuurden ons soms dwars door nog niet gemaaide weilanden, waar gras en bloemen kniehoog stonden. Zelfs in het vrije Friesland mag je niet door zulk grasland lopen, dat vindt geen enkele boer goed. “Het prikkeldraad is er hier alleen voor de koeien”, lazen we in het boekje “Uit ons Krijtland” van Heimans dat in 1911 werd geschreven en nog steeds niet verouderd is. Je ziet dan ook geen grote hekken met hangsloten en Verboden-Toegang-bordjes, maar grappige tourniquets en wringhekjes, waar een koebeest niet en een mens wel door kan.

Dames in shorts zijn we niet tegen gekomen, mannen met korte broekjes aan wel. Ook verscheidene “inheemsen” vertoonden zich met blote armen en benen, toen ’t zo warm werd. Van de Gulpense schoolkinderen kunnen veel Rotterdammertjes nog wat leren. Ze zijn vriendelijk, een tikje verlegen en beleefd. Als ze vreemdelingen ontmoeten, giechelen ze niet maar zeggen met een zangerig stemmetje: “Dáág!”

Het landschap overtrof de stoutste verwachtingen. Op de heuvels dichte bossen met prachtige eiken, berken, essen, groepjes dennen en hoge sparrenlanen. Tegen de hellingen en in de dalen korenvelden met een zoom van korenbloemen, en weiden met een ongekende weelde van margrieten, rode en blauwe wikke, boterbloemen, koekoeksbloemen en klaprozen. De Geul, de Gulp, de Eijserbeek en enkele kleinere stroompjes met wilgen en populieren kronkelen tussen die bonte velden, soms als een greppel zo smal en dan weer tussen steile, op vele plaatsen diep uitgeschuurde oevers. Er groeien planten die nergens anders in Nederland voorkomen, zoals in de bossen tussen de varens het vingerhoedskruid met zijn grote trossen van purperen klokjes, en langs de Geul de sierlijke gele zinkviooltjes. Er zijn krijtrotsen, zand- en vuursteengroeven, en op enkele plaatsen carboonlagen, formaties van leisteen uit het alleroudste tijdperk van Moeder Aarde. Een heerlijk land. Ik dacht toen als Heerenveen volgens ons Friezen toch geen kans meer maakt, mag Limburgia maar kampioen worden.